‘Je bent niet je gedachten’, ‘gedachten zijn echt maar niet waar’, ‘geloof niet alles wat je denkt’.

Mooie teksten die met de opkomst van mindfulness en de populariteit van de positieve psychologie steeds meer gemeengoed zijn geworden. En alhoewel er natuurlijk een kern van waarheid zit in deze zinnen, worstelen veel mensen toch nog met onprettige en stressvolle gedachten. Iets rationeel weten blijkt niet voldoende te zijn om iets echt te internaliseren. Hiervoor is belichaamde ervaring nodig. Het zelf daadwerkelijk aanschouwen en doormaken van een fenomeen.

Die belichaamde ervaring had ik episodisch mogen meemaken vanuit de meditaties die al jaren zelf beoefen en begeleid, maar nooit eerder zag ik het zo scherp als tijdens mijn laatste retraite vorig jaar. Ik deel graag deze ervaring, zodat het je misschien kan helpen in het scherpstellen van de ware aard van de gedachten die jij dagelijks met je meedraagt.

 

De context van mijn laatste retraite

Vorig jaar heb ik een meerdaagse retraite gedaan in de Vipassanatraditie in een klooster in Handel (Brabant) onder vriendelijke begeleiding van Joost van den Heuvel-Rijnders. De mindfulnesstraining die ik verzorg is deels gebaseerd op deze meditatievorm. Vipassana wordt ook wel inzichtmeditatie genoemd en is met name gericht op zelfobservatie. Ook binnen de Vipassana heb je weer verschillende vormen. Ik heb inmiddels enkele daarvan zelf mogen ervaren en de één past me beter dan de andere. Zo heb ik bijvoorbeeld een erg strenge innerlijke criticus (hoog verwachtingspatroon, perfectionistisch) en heb ik tijdens retraites ervaren dat ik daarom baat heb bij een milde begeleiding.

Mocht je een retraite willen volgen en daar vragen over hebben dan kun je me hier altijd voor benaderen.

 

Het aanschouwen van het schouwspel

Allereerst wil ik benadrukken dat wat ik hieronder beschrijf mijn ervaring was. Dit hoeft niet jouw ervaring te zijn. Ik ben er echter in mijn mindfulnesstrainerschap steeds meer achter gekomen dat bepaalde mechanismen bij ons menszijn lijken te horen. Dat doet uiteraard niks af aan de eigen unieke ervaring van jou als mens, maar de principes lijken onderling overeen te komen.

Na 5 dagen zitten begon ik ineens een fenomeen te aanschouwen dat ik niet eerder zo scherp had gezien. Het was alsof ik het haarscherp voor mijn ogen zag gebeuren:

de geest leek continu druk met het inbrengen van nieuwe gedachten in het bewustzijn en ik begon te zien dat deze gedachten gepresenteerd werden als zeer belangrijk en interessant maar dat ze het absoluut niet waren. Het was alsof ik door hun façade van belangrijkheid heen kon prikken en ze kon zien voor wat ze werkelijk waren, namelijk mentale illusies die mij probeerden af te leiden van iets dat eigenlijk veel groter en belangrijker was.

Het voelde een beetje alsof ik ergens naartoe aan het gaan was maar mijn gedachten me telkens weer iets nieuws en ‘interessants’ probeerden voor te schotelen om mij ervan te weerhouden naar die bestemming toe te gaan. Het riep bij mij het beeld op van de Kao San Road in Bangkok. Waar je doorheen wandelt op weg naar je bestemming en er telkens iemand aan je mouw trekt om je iets te verkopen. Ook de verkopers doen net alsof hun producten de mooiste en meest begeerlijke zijn die je ooit in je leven hebt gezien.

Misschien is je automatische reactie op die verkopers wel dezelfde als die je hebt richting afleidende gedachten: irritatie, afkeer en boosheid. Wat er echter gebeurde in mijn meditatie was iets anders: ik begon de gedachten te zien als toneelspelers die om en om op de bühne verschenen. Allemaal probeerden ze mijn aandacht te vangen en een zo extravagant mogelijke act uit te voeren. Met mooie kostuums, felle kleuren en wilde gebaren. Alsof hun leven ervan af hing deden ze hun best om me af te leiden van datgene wat er achter het buitensporige schouwspel te vinden was.

Vanwege de drukte kon ik eerst niet zien wat er achter deze gedachten schuilging. Maar doordat ik stil bleef zitten zonder te capituleren voor de verleiding van deze toneelspelers begonnen ze het langzaamaan op te geven. Het leek alsof ze teleurgesteld afdropen en het podium één voor één verlieten.

Het podium werd leger en leger en het was alsof ik met het verlaten van elke toneelspeler mijn houvast verloor. Ook de laatste droop af in de periferie van mijn bewustzijn en het was alsof er langzaam een mist optrok en ik kon zien wat nou datgene was waar ze mij van weg probeerden te houden..

Het was mijn diepste angst. De angst om verlaten te worden.

Ineens zag ik het in levenden lijve: het schouwspel van gedachten was bedoeld om mij te beschermen. Om een muurtje op te trekken zodat ik niet datgene hoefde te ervaren wat ik het diepste vrees: verlies en de daarmee gepaard gaande pijn van alleen zijn.

Alle zaken die ik de in de voorgaande jaren ‘aan de buitenkant’ (dus niet intrinsiek en vanuit plezier) had verzameld, had ik verzameld in opdracht van die gedachten die mij voor mijn kwetsbaarheid probeerde te beschermen: de kennis, de verschijning en het imago, de hang naar goedkeuring en bevestiging, het perfectionisme en het pleasegedrag. Veelal maskers van houvast en bescherming. Het was alsof deze diepe ervaring mij de ware aard van de gedachten toonde die ik dagelijks met me meedraag. Ze werden ontmaskert.

Heeft me dat nu een vrij mens gemaakt? Niet helemaal. Maar telkens wanneer ik in staat ben om mijn gedachten daadwerkelijk te zien voor wat ze zijn, dan moet ik steeds vaker lachen. Lachen om de absurditeit en de goedbedoelde maar gefingeerde belangrijkheid van deze gedachten. Als gekke clowntjes proberen ze me weg te houden van mijn angst. Net als bij een echt toneelspel proberen ze me af te leiden van de werkelijk existentiële zaken van het leven.

En steeds vaker ben ik in staat om ze te bedanken voor hun goedbedoelde werk. En steeds vaker ben ik in staat om dan toch aan te gaan waar ik het meest bang voor ben: echte, kwetsbare verbinding.

Eigenwaarde. Een lastig concept waar we het niet vaak over hebben met elkaar omdat het wel kwetsbaar is. Toch is eigenwaarde een belangrijke factor bij de keuzes die je maakt in je persoonlijke en professionele leven. In deze blog ga ik in op wat eigenwaarde precies is, waaraan je het kunt ontlenen en hoe je een gezonde basis in jezelf creëert.

 

Eigenwaarde: een definitie

Verschillende mensen, verschillende interpretaties. Daarom is het goed om even te definiëren waarover ik het heb als ik over eigenwaarde praat. Ik hanteer de definitie van de APA (American Psychological Association):

‘De evaluatie van een individu van hem- of haarzelf als een waardevol, capabel mens die respect en inachtneming verdient. Positieve gevoelens van eigenwaarde lijken geassocieerd te zijn met een hogere mate van zelfacceptatie en zelfvertrouwen’

Kortom: het gaat om de evaluatie van jezelf als waardevol en capabel mens.

De evaluatie van jouw waarde als mens gebeurt in eerste instantie vaak in relatie tot je sociale omgeving. Mensen zijn namelijk bereid om ver te gaan om sociale afwijzing te voorkomen en vergelijken zichzelf daarom graag met anderen.

De mate waarin we onszelf langs de sociale meetlat leggen verschilt echter. En dat heeft weer te maken met onze eigenwaarde. Hoe meer eigenwaarde, hoe minder we onze waarde laten afhangen van een sociale evaluatie.

 

Waaraan kun je je waarde sociaal gezien ontlenen?

Je kunt je waarde aan veel zaken buiten jezelf ontlenen, maar als we even een paar hoofdcategorieën bij de kop pakken dan komen we uit op (niet uitputtend):

  • Lichaam/uiterlijk
  • Prestaties
  • Materie (hieronder schaar ik ook de drang naar reizen die je tegenwoordig veel ziet)
  • Relaties

Je ziet deze sterk terug in onze samenleving. Open bijvoorbeeld eens Instagram en je wordt doodgegooid met advertenties van gespierde mannen en vrouwen met perfecte bikinilichamen. Zelfs de zelfontwikkelingsbranche, die erop gericht zou moeten zijn om je verder te helpen, lijkt er steeds meer op gericht om jou te pushen de ‘beste versie van jezelf’ te worden. En vaak betekent dat dat je voldoet aan een perfecte maatstaf die we als cultuur hebben bepaald.

Dat waaraan je je waarde ontleent bepaalt dus voor een deel ook waarop je je keuzes baseert.

Ik kwam er ook achter hoe dit bij mijzelf werkte: ik ontleende veel van mijn waarde aan mijn lichaam (was daarom veel in de sportschool te vinden, hield me aan een streng eetschema, dronk eiwitshakes, at veel vlees, spande mn spieren aan op een foto), mijn prestaties (wat zich uitte in het constant vergaren van nieuwe kennis en een honger naar boeken) en relaties (ik ontleende veel zelfvertrouwen aan mijn populariteit bij het andere geslacht en ik wilde graag bekend staan als iemand die altijd aardig is).

Op zichzelf is er natuurlijk niks mis met sporten, kennis vergaren en daten. Belangrijk is om stil te staan bij de vraag: krijg ik er energie van of kost het me energie? Voelt mijn leven hierdoor lichter of zwaarder?

Vaak zie je dat juist die zaken die je leuk vindt en waar je goed in bent (en waar je dus vaak voor gecomplimenteerd wordt) kunnen doorschieten en gaan fungeren als opvulling voor jouw gebrek aan eigenwaarde. Dus als dat je lichaam is, dan ga je alles in het werk stellen om dat sociale beeld van een persoon met een mooi lichaam in stand te houden. Je wordt dan gemotiveerd door angst voor verlies en niet meer door intrinsiek plezier en nieuwsgierigheid.

Vaak zijn we ontzettend druk met het in standhouden van deze ‘bouwwerken’ en zijn we niet vrij aan het leven. Op de lange termijn is dit een recept voor stress, mentale klachten en uiteindelijk een ongelukkig bestaan.

 

Wat is dan wel een gezonde basis voor eigenwaarde?

Hoe kun je dan een gezonde basis voor je eigenwaarde creëren? Een eerste neiging is misschien wel dat je al die activiteiten die je onderneemt om die bouwwerken in stand te houden radicaal te stoppen. Zelf ben ik voor een andere aanpak: creëer een solide fundament en ga dan langzaam het huis aanpakken. Misschien hoef je niet het hele huis te verbouwen maar kunnen er ook andere meubels of accessoires in.

Dit solide fundament bestaat uit je kernwaarden. Je kernwaarden zijn die zaken die jij diep van binnen écht belangrijk vindt. Als er een waarde bij je geraakt wordt dan ga je automatisch ‘aan’. Waarden geven energie en zetten aan tot actie. Zowel in positieve zin als in negatieve zin. Zo voel je bijvoorbeeld inspiratie en vervulling wanneer er aan een waarde wordt voldaan en boosheid wanneer er niet aan een waarde wordt voldaan.

Om een beeld te schetsen van wat waarden precies zijn en hoe ze voor jou kunnen werken zet ik die van mij even op een rij:

  • Persoonlijk leiderschap
  • Ontwikkeling
  • Vrijheid
  • Plezier
  • Verbinding

Wanneer ik in een bepaalde context iets zie ontwikkelen en groeien dan barst ik van de energie. Wanneer ik in een andere omgeving beperkt word in mijn vrijheid dan wordt dat langzaam een energielek.

Waarden kun je dus voelen, ze hoeven niet rationeel onderbouwd te worden. Sterker nog: vaak druisen ze in tegen je vastgeroeste overtuigingen. Ze gaan over waar jij op ‘aan’ gaat, los van wat je partner, ouders, vrienden en buren vinden. Ze gaan dus voorbij aan een discussie over goed of fout.

Op het moment dat je je kernwaarden hebt opgehelderd kun je langzaam gaan onderzoeken welke keuzes je in je leven wel en niet op je kernwaarden hebt gebaseerd en kunt dan andere keuzes gaan maken.

Dat heeft er bij mij bijvoorbeeld voor gezorgd dat ik ben gestopt met bodybuilden en een sport heb gekozen waar ik plezier aan beleef en waarin ik vaardigheden ontwikkel. Ik gebruik geen eetschema’s meer en heb vanuit de waarde ‘verbinding’ gekozen om vlees sterk te minderen. Ik eet het nog wel maar alleen wanneer ik echt zin heb. Verder lees ik nog altijd heel graag maar probeer ik stil te staan bij de vraag of ik écht zin heb in een boek of dat ik het van mezelf moet lezen.

Kiezen voor een waardengericht leven is niet makkelijk en vraagt veel moed en kwetsbaarheid. Je zult misschien wel lastige gesprekken moeten voeren met je partner of familie. Misschien kom je erachter dat je werkcontext niet meer bij je past. Dit kan allemaal erg spannend zijn, maar zal allemaal bijdragen aan een gezonde groei in eigenwaarde en daarmee zelfacceptatie en zelfvertrouwen.

En volgens mij kun je alleen dan als mens écht tot wasdom komen en je energie inzetten voor wat jij werkelijk belangrijk vindt. Niet omdat je de ‘beste versie van jezelf’ moet worden, maar simpelweg omdat het goed voelt.

 

Wil je eens samen met mij onderzoeken wat jouw kernwaarden zijn? Stuur me een berichtje!

‘Je moet meer in het nu leven’. ‘Het nu is alles wat we hebben’.

Tegenwoordig is ‘leven in het nu’ een veelgehoord advies. Het is een beetje het nieuwe ‘je moet positief denken’. Waarschijnlijk aangewakkerd door de wereldwijde bestseller ‘De kracht van het NU’ van Eckhart Tolle en de mindfulnesshype die erop volgde.

En alhoewel de intenties goed zijn, is het lastig om in het nu te leven. Daarnaast zijn er belangrijke nuances te maken en is het goed je bewust te zijn van bepaalde valkuilen. Omdat ik hier regelmatig vragen over krijg heb ik besloten een kort blogje te schrijven om hier wat licht op te schijnen.


Wat wordt er bedoeld met ‘leven in het nu’?

We beginnen met een definitie. Concreet gezien houdt ‘leven in het nu’ in dat je even stil staat en de aandacht brengt naar de huidige ervaring. Op die manier leer je uit de automatische piloot te stappen.

Die automatische piloot bestaat vaak uit allerlei ingesleten gewoontepatronen die niet altijd even helpend zijn. Een voorbeeld van zo’n patroon is dat de aandacht vrijwel altijd uitgaat naar alles wat je nog te doen hebt. Je kunt je voorstellen dat dat veel stress veroorzaakt. Door daar bewust van te leren worden kun je vaker de aandacht brengen naar waar je op dat moment bent. Vanuit die aanwezigheid kun je beter de behoeften van het lichaam voelen en op basis daarvan een bewuste keuze maken voor je volgende actie.


Hoe maak ik contact met het nu?

Om meer aanwezig te raken bij het huidige moment kun je de aandacht brengen naar diverse ‘poorten naar het nu’. In mindfulnessmeditaties maken we vaak gebruik van zintuigelijke ervaringen en lichaamssensaties. Die zijn vaak neutraal en heel concreet.

Ik gebruik zelf vaak de adem als een soort anker. De adem is altijd in het nu. Een andere ‘poort’ is de zintuigelijke ervaring van het voelen. Je kunt bijvoorbeeld even het contact voelen van de voeten met de grond of van de billen met de stoel waarop je zit. Je kunt ook even eten met aandacht. Waarbij je echt even de tijd neemt om bewust te proeven wat je tot je neemt in plaats van dat je wat ‘inwerpselen’ naar binnen gooit.

Kortom, kijk of je de aandacht naar het huidige moment kunt brengen door gewaar te worden van de ervaringen in het moment.


Als ik aan het nadenken ben, ben ik dan weg van het nu?

Niet per se. Het ligt eraan of je je bewust bent van de gedachten of niet. Wanneer je je niet bewust bent van gedachten dan ben je niet meer aanwezig waar je bent, maar dan zit je als het ware ín een verhaal van de denkgeest. Daar is overigens niks mis mee, de geest doet dat automatisch. Door je vaker bewust te worden van het huidige moment kun je wel vaker bewust kiezen wat je met de aandacht doet. En zo dus ook vaker uit stresspatronen stappen.

Je hebt zelfs een meditatie op gedachten. Hierbij probeer je tijdens de duur van de oefening gewaar te zijn van de stroom van gedachten die vanuit zichzelf in het moment voorbijkomt.


Je hebt het vaak over waardengerichte doelen stellen. Maar daarmee houden we ons bezig met de toekomst, terwijl we alleen het nu hebben. Voeden we daarmee niet ons ego? Hoe zit dat?

Ik zie de stelling ‘alles wat we hebben is het nu’ iets genuanceerder. Uiteindelijk is het nu de plek waar je kunt toetsen of je in lijn met je waarden leeft. Wanneer er in het nu een discrepantie is tussen je waarden en je levensomstandigheden dan voel je dat en kun je stappen zetten om je levensomstandigheden meer in lijn te brengen met je waarden. En dat kun je alleen doen door de toekomst, vanuit ieder nieuw moment dat je in het nu wordt aangereikt, te betreden met die waarden als kompas.

Met het ego wordt vaak ons sociale masker bedoeld. De manier waarop we maatschappelijk gezien een beeld van onszelf proberen hoog te houden. Waarden representeren wat wij in de kern belangrijk vinden en dienen niet als sociaal masker voor externe validatie. Sterker nog: kiezen voor een waardengericht leven zal hoogstwaarschijnlijk van je vragen om impopulaire beslissingen te nemen.

Een belangrijke vraag op je pad is overigens wel: is de discrepantie tussen mijn waarden en mijn levensomstandigheden te wijten aan de praktische levensomstandigheden (baan, relatie, woonplek) of aan hoe ik mij ertoe verhoud? We kunnen namelijk ook met onze percepties – vaak oude ingesleten conditioneringen – de levensomstandigheden kleuren en zo bijvoorbeeld van baan naar baan of van partner naar partner bewegen zonder dat er echt iets verandert. Immers, waar je ook gaat daar ben je (titel van een mooi boek van Jon Kabat-Zinn).

Kortom: in het nu betreden we de toekomst en onze waarden kunnen fungeren als onze wegwijzers. Je kunt dus ook in het nu plannen hoe je in de toekomst meer waardengericht wilt leven.


Het nu is voor mij ondraaglijk, ik wil ervan weg

Wanneer je in het nu in een levenssituatie zit die schadelijk voor je is dan is het natuurlijk heel terecht daarvan weg te willen. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer je een baan hebt waarbij je leidinggevende constant over je grenzen gaat. Of wanneer je in een baan zit die weinig zingevend voor je is en je energie leeg trekt.

Het is ook prima om af en toe afleiding te zoeken en niet constant te hoeven leven met onprettige gevoelens. Dit kan helpend zijn wanneer de levenssituatie waarin je je begeeft geen directe, praktische oplossing kent. Bijvoorbeeld wanneer je ziek bent en er niet direct zicht is op genezing.

In veel andere gevallen kan het juist helpend zijn om te leren met de gevoelens te zijn. Vaak is ‘ik kan het niet aan’ slechts een gedachte en merk je in de praktijk dat je voldoende draagkracht hebt voor de onprettige gevoelens en gedachten. Ik kwam laatst een mooie quote van Mark Manson tegen die hierover ging:

‘You don’t build psychological resilience by feeling good all the time. You build psychological resilience by getting better at feeling bad’

Door te leren aanwezig te zijn met onprettige gevoelens en gedachten leer je dat je je niet door die gevoelens en gedachten hoeft te laten leiden, dat ze niet waar hoeven te zijn, dat je er niet aan onderdoor gaat en dat je veel meer aankunt dan je denkt.


Leven in het nu, is dat een beetje hetzelfde als YOLO?

Ik interpreteer YOLO (You Only Live Once) als een sprong in het diepe in het moment. Je maakt een keuze zonder bewust stil te staan bij de consequenties. En alhoewel dit af en toe best prima is kan het ook leiden tot een ‘kop in het zand-strategie’ waarbij je je ogen sluit voor huidige of toekomstige verantwoordelijkheden: Hakuna Matata.


Kun je leren om meer in het nu te leven?

Jazeker, tijdens bijvoorbeeld een achtweekse mindfulnesstraining leer je hoe je je gewaarzijn kunt trainen. Door op een geduldige, milde manier het gewaarzijn te trainen zul je gaan merken dat je je vaker bewust bent van het huidige moment. Je wordt als het ware vaker ‘wakker’ in het moment.


Waar is dat goed voor, dat leven in het nu?

Je opmerkzaamheid trainen zodat je meer aanwezigheid ervaart kan heel heilzaam zijn. Bijvoorbeeld wanneer je het gevoel hebt dat je altijd druk bent en altijd ‘aan’ staat, het gevoel hebt dat je geleefd wordt, veel stress ervaart, weinig geniet van dingen en het gevoel hebt dat je je leven niet echt meekrijgt en beleeft.

Ook veel psychosomatische klachten zoals hoofdpijn, maag- en darmklachten, spanning in nek, schouders en achterhoofd en slapeloosheid kunnen hun oorsprong hebben in het constant leven vanuit gewoontepatronen.

Door meer contact te leren maken met het nu leer je vaker uit je patronen te stappen en zo bewust te kiezen voor een nieuwe, meer helpende respons. Dit kan een hele batterij aan positieve effecten hebben.

Tot slot leert aanwezig zijn je het wonderlijke in het gewone weer te zien. Aandacht bepaalt onze ervaring en vaak zit de intensiteit van de ervaring niet in veel en snel maar juist in langzaam en weinig.


Ik heb geprobeerd in deze blog een aantal veelvoorkomende vragen te beantwoorden, maar het kan natuurlijk zo zijn dat je nog vragen hebt. Voel je vrij om mij te mailen op
ferry@bananatree.nl.

Ben je nieuwsgierig geraakt naar een training of een 1-op-1 traject? Stuur me dan ook even een mailtje.

 

In de loop van ons leven ontwikkelen we als mensen gedragspatronen. Steeds meer gedrag gaat op de automatische piloot. Soms heel handig, zoals wanneer je zonder je aandacht erbij te houden een auto kunt besturen. Soms minder handig, zoals wanneer je vanuit perfectionisme constant te veel van jezelf vraagt. Deze patronen zijn net van die zandvormpjes waarmee je waarschijnlijk als kind op het strand speelde: inflexibel, moeilijk buigbaar en rigide. Maar moeilijk buigbaar betekent niet dat ze onveranderlijk zijn. Met een stevige vlam smelt het vormpje en kun je ‘em omvormen tot iets wat je beter past. Dit kunnen we ook doen met onze eigen gedragspatronen. Jezelf in de fik steken is niet zo handig dus hoe kun je dat dan wel doen?

 

Het vuur van gewaarzijn

De eerste stap richting het aanpakken van je niet-helpende gedragspatronen is gewaarzijn te ontwikkelen. Hoe meer je doorhebt welke patronen bij jou zijn ingesleten hoe meer kans je hebt om je op een andere manier te gaan gedragen en op een andere manier op situaties te reageren.

 

Een tweede stap is daadwerkelijk in het moment anders te reageren. Dit vraagt om gewaarzijn in het moment. En dit is een lastige. Want als je in het moment niet doorhebt dat je weer een patroon inschiet dan kun je je gedrag niet kiezen. Voor je het weet heb je ‘ja’ gezegd of vriendelijk geknikt terwijl je eigenlijk helemaal niet vindt dat een taak bij je hoort ,ouwe pleaser die je bent.

 

Hoe kunnen we ervoor zorgen dat we eerder gewaar zijn van een patroon?

 

Door gewaarzijn te trainen. De meest effectieve manier om dit te doen is door mindfulnessbeoefening. Door middel van een dagelijkse mindfulnessbeoefening blijf je dat vuur van gewaarzijn van zuurstof voorzien en zul je, met tijd en geduld, op een steeds eerder moment een niet-helpend patroon leren herkennen. Tot je op een gegeven moment ín het moment doorhebt dat je erin schiet.

 

Belangrijk bij dit proces is dat je gewaarzijn gepaard gaat met een houding van mildheid. Een gewoontepatroon heeft er immers jaren over gedaan om ingesleten te raken en het zal ook een hele poos duren voordat het patroon langzaam z’n vorm begint te verliezen. Geef jezelf dus niet op de kop wanneer je weer ‘te laat’ doorhad dat je vanuit een oud patroon reageerde.

 

Je hoeft niet altijd vanuit ‘doen’ te reageren

Een interessante bijkomstigheid van het trainen van je gewaarzijn is dat gewaarzijn zelf een mogelijke respons wordt. Daarmee bedoel ik dat sommige ervaringen en triggers die voorbijkomen helemaal geen actie van je vragen. Je hoeft er niks tegen te doen. Soms is simpelweg aanwezig zijn voldoende om een moeilijk moment het hoofd te bieden.

 

Sterker nog, soms creëren we door te doen juist meer frustratie en irritatie. Ik had eens een deelnemer in de training die recent geopereerd was aan zijn enkel. Tot zijn grote frustratie kon hij daardoor niet meer voetballen op zijn oude niveau. Maandenlang zat hij in de doe-stand en probeerde hij het herstelproces op alle mogelijke manieren te versnellen. Dit leek de klachten alleen maar erger te maken. Hij kende eigenlijk niks anders dan deze doe-stand.

 

Tijdens de mindfulnesstraining leerde hij met zijn beperking te zijn en paradoxaal genoeg merkte hij dat dit zorgde voor een houding van acceptatie. Vanuit die acceptatie kon hij stappen zetten die wel helpend voor hem waren. Of hij ooit weer op niveau zou kunnen voetballen was de vraag, maar hij ontwikkelde daarnaast wel plezier in andere activiteiten.

 

Hoe herken je een patroon?

 Gewoontepatronen kun je op de volgende manier herkennen:

 

  • Je piekert steeds over hetzelfde
  • Je schiet in de verdediging
  • Je krijgt achteraf lichamelijke klachten (bijv. hoofdpijn, buikpijn, nek- en schouderklachten)
  • Je durft iets niet
  • Je doet iets altijd op dezelfde manier
  • Je schiet in compensatiegedrag zoals roken, drinken, eten, sporten, geld uitgeven
  • Je reacties staan niet in verhouding tot de situatie
  • Je omgeving geeft je er herhaaldelijk feedback over
  • Je geeft jezelf er herhaaldelijk feedback over

 

Zo zei mijn moeder dat ik altijd zo star was. Uiteraard was dat lange tijd ‘absoluut niet waar’. Inmiddels heb ik door dat ik dan in mijn perfectionisme schiet…thnx mom!

 

Welke niet-helpende patronen zijn er zoal?

Gedragspatronen zijn gedragingen die we op de automatische piloot uitvoeren. We zijn ons er vaak niet eens bewust van. Wanneer we last krijgen van deze patronen dan spreek je van een niet-helpend patroon.

 

Onderstaand lijstje van voorbeeldpatronen zou je kunnen helpen om je eigen niet-helpende patroon (of patronen) te kunnen herkennen:

 

  • Perfectionisme: altijd alles goed moeten doen. Er is geen ruimte voor fouten.
  • Pleasing: altijd een ander moeten behagen. Je bent bang om mensen teleur te stellen en/of afgewezen te worden.
  • Zwart-wit denken: je denkt in extremen. Iets is helemaal goed of helemaal fout. Vaak zie je dan dat mensen van extreme naar extreme schieten.
  • Doemdenken: je bent je enorm bewust van potentiële risico’s. Je denkt eerder in wat er mis kan gaan dan in kansen
  • Vluchten/afleiding zoeken: wanneer je geconfronteerd wordt met een moeilijke situatie heb je de neiging ervoor weg te lopen. Bijvoorbeeld: zodra het lastig wordt in een relatie ga je je richten op wat er allemaal mis is, ga je niet kwetsbaar het gesprek aan en verbreek je de relatie. Een wat simpeler voorbeeld: een taak duurt voor je gevoel te lang, je raakt gefrustreerd en gaat scrollen op je mobiel.
  • Rationaliseren: je probeert door verstandelijk en bewust redeneren tot een rechtvaardiging van je acties te komen. Hiermee probeer je een bijvoorbeeld een schuldgevoel weg te krijgen.
  • Anderen de schuld geven: wanneer je in een conflictsituatie terecht komt dan ligt het altijd aan de ander. Je bent niet bereid om naar jezelf te kijken maar wijst met de vinger.
  • Sterk verantwoordelijkheidsgevoel: je hebt het gevoel dat alles en iedereen van jou afhankelijk is en dat je het je niet kunt permitteren om de boel even de boel te laten.

 

Dusss herken je iets in bovenstaande? Dan zou het zomaar eens kunnen zijn dat je continu in hetzelfde zandvormpje kruipt. Misschien begint het inmiddels benauwd aan te voelen en merk je dat je wel wat zuurstof kunt gebruiken. Meer vrijheid en blijheid. Of misschien zit je al zo lang in die vormpjes dat je chronische stress ervaart of zelfs in een burn-out terecht bent gekomen.

 

In welke fase je ook zit, de enige weg naar duurzame mentale gezondheid is gewaar te leren worden van je niet-helpende patronen zodat je tijdig nieuw gedrag kunt kiezen waar je weer vrij en blij van wordt. Dit klinkt simpel, maar is het allerminst.

 

Vaak hebben we deze patronen aangeleerd vanwege emotionele pijn in onze vroege jeugd. Het waren ooit onze overlevingsmechanismen. Werken aan die patronen kan dus erg emotioneel en in eerste instantie erg uitputtend zijn. Geduld, voldoende rust en kwetsbaarheid zijn daarbij sleutelwoorden.

 

Wil je tips over hoe je die vlam van gewaarzijn ontsteekt zodat je jouw zandvormpjes kunt omsmelten tot mooiere, beter passende zandvormpjes? Schroom niet me daar eens over te berichten!

be water my friend’ – Bruce Lee

 

De afgelopen jaren wordt iedereen steeds meer gestimuleerd regie te pakken over zijn of haar werk. Vanuit het maakbaarheidsideaal geloven we dat we vrijwel alles kunnen beïnvloeden, controleren en sturen. Woorden als zelfregie en persoonlijk leiderschap duiken overal op. Maar in hoeverre zijn deze termen en ontwikkelingen waar ze voor staan helpend? Gaat het wel om zelf leiderschap pakken of is een ander perspectief passender? Ik bied je graag een alternatief.

 

Waar komt de groeiende behoefte aan persoonlijk leiderschap vandaan?

We leven momenteel in een tijdperk dat in de sociale wetenschappen getypeerd wordt als het neoliberalisme. Een filosofie die de nadruk legt op individuele vrijheid en optimale marktwerking. Dit is het sociale kader waarin we opereren en dit heeft uiteraard ook gevolgen voor de bril waarmee we naar de wereld kijken. Het neoliberalisme heeft gezorgd voor maatschappelijke waarden die de nadruk leggen op individualisme, concurrentie, schaarste denken en economische groei. Waarden die logischerwijs monetair denken stimuleren: wanneer iets bijdraagt aan economische groei dan is het waardevol, wanneer iets dat niet doet is het niet waardevol en daardoor niet strevenswaardig.

 

Het streven naar persoonlijk leiderschap, in de vorm waarin het meestal wordt uitgedragen, is in mijn beleving een gevolg van dit neoliberalistische denkkader. Door regie te pakken worden we, zo wordt ons voorgehouden, meesters over ons eigen lot en kunnen we nog succesvoller zijn. De BV ‘IK’ is een project waar we blijvend aan moeten werken en die we constant kunnen finetunen richting perfectie. We moeten werken aan onze ‘personal brand’ door onze instafeeds te laden met content die onze uitgekiende nichemarkt wil zien of lezen. Daarnaast worden we steeds meer gevoed door externe berichten over wat wel en niet strevenswaardig zou moeten zijn en ervaren we daardoor juist een afname in onze autonomie. Het is dus deels in lijn met het neoliberlisme en anderzijds een behoefte om er los van te komen.

 

Waarom ik pleit voor meer overgave

Ik geloof dat de filosofie van persoonlijk leiderschap kan doorschieten en ons juist uit verbinding kan brengen, vermoeider kan maken en zo in een doe-modus kan houden. Met koppijn en stress als gevolg. Ik pleit daarom voor wat meer overgave. Je overgeven aan dat wat voor jou bedoeld is. En dat gaat ook eigenlijk veel minder over jezelf. Want:

 

  • Heb je ervoor gekozen welke interesses je hebt?
  • Heb je ervoor gekozen wat je talenten zijn?
  • Heb je ervoor gekozen waar je energie van krijgt?
  • Heb je ervoor gekozen waar je blij van wordt?

 

Dit zijn allemaal zaken die jou gegeven zijn. Zelfs als je het hebt over ontwikkeling dan heb je het over overgave. De letterlijke betekenis van ontwikkelen is ont-wikkelen oftewel: jezelf van je wikkels ontdoen. De ballast van je afgooien en je overgeven aan waar je van nature naartoe stroomt.

 

Geef je toe aan die stroom? Dan voel je energie, verbinding, inspiratie, zingeving en plezier. Verzet je je tegen die stroom vanuit bepaalde overtuigingen? Dan voel je je geblokkeerd, eenzaam, lek je energie, heb je negatieve gedachten en word je neerslachtig.

 

Vaak houden we vast aan een mentaal concept van wie we zijn of zouden moeten zijn en daarmee gooien we de boel op slot. Handelen we uit angst in plaats van uit liefde. Streven we naar zekerheden in plaats van dat we durven vertrouwen op waar die stroom ons naartoe leidt.

 

Is het dan zinloos om doelen te stellen? Zeker niet. Maar definieer de doelen in lijn met je kernwaarden zodat het waardengerichte acties zijn. Waarden zijn namelijk de verbale vertalingen van die natuurlijke energiestroom die je in je hebt.

 

Niet voor niets spraken de Taoïsten over Wu Wei, vrij vertaald als effortless action of moeiteloze actie.

 

Geef je over aan die stroom en je krijgt paradoxaal genoeg de regie. Niet vanuit je hoofd. Maar vanuit je hart.

 

Afbeelding bovenaan: The Great Wave off Kanagawa – Katsushika Hokusai (1830/1831)

Dit wordt het 3e jaar dat we een thema bepalen voor de Dag van het Werkplezier en sinds vorig jaar hebben we deze ook expliciet gecommuniceerd. We merkten dat dat zorgde voor een krachtiger programma omdat we de spreker en de workshops aan het thema konden ‘hangen’ en er zo een duidelijke rode draad door het evenement liep. Hoe zo’n thema tot stand komt? Zoals jullie misschien weten zijn Selmar en ik beide als trainer actief en hebben we zo onze voelsprieten uitstaan bij de relevante ’mensthema’s’ in organisaties en de samenleving. Van daaruit is het voornamelijk een intuïtief proces. Dit jaar kwam Selmar met een artikel van zijn lieftallige moeder op de proppen en die raakte direct een snaar bij ons. We hoefden daarom niet lang na te denken over het thema van de lustrumeditie van de Dag van het Werkplezier….

‘Dan maak je maar zin!’

In deze blog beschrijf ik waarom ik denk dat er een groeiende behoefte aan ‘zin’ is en werk ik toe naar wat zin voor mij betekent.


Een groeiende behoefte aan zin. Hoezo?

Volgens Dr. John Vervaeke leven we in een betekeniscrisis. Eén van de redenen voor deze crisis is het steeds verder wegvallen van onze traditionele zingevers zoals de kerk. We hebben de baby met het badwater weggegooid. We hebben ons afgezet tegen religieuze instituten en hebben ons daarmee tegelijkertijd afgezet tegen de religieuze verhalen die ons hielpen de zin van de onzin te scheiden. Zondigen betekent bijvoorbeeld letterlijk ‘je doel in het leven missen’. Zoals Simba die zich verloor in zinloos vermaak (‘Hakuna Matata’) terwijl hij eigenlijk iets veel zinvollers te doen had: zijn koninkrijk terugveroveren door de confronatie met Scar aan te gaan.

Een andere belangrijke reden die Vervaeke noemt is de toename in bullshit in onze maatschappij. Vervaeke wijst hiervoor naar het boek ‘On Bullshit’ van Harry G. Frankfurt. Het verschil tussen bullshit en liegen is dat bij liegen de waarheid ertoe doet. Bij bullshit niet. Bij bullshit weten we rationeel dat wat we tot ons nemen onzin is maar toch worden we erdoor aangetrokken. Dit heeft te maken met limbische resonantie: we worden niet geactiveerd vanuit ons rationele systeem, maar vanuit ons emotionele systeem.

Een voorbeeld van bullshit is een bierreclame met alleen maar mooie mensen. We weten dat wanneer we een café binnenlopen we niet alleen maar mooie mensen zien, maar toch raken we erdoor bedwelmd. Op het moment dat we ons niet gewaar zijn van hoe deze krachten inspelen op onze onbewuste psyche, kunnen we steeds meer leegte en zinloosheid gaan ervaren en proberen we deze steeds verder op te vullen met meer zinloze activiteiten en ervaringen. Je kunt je voorstellen dat het internet en social media sterke katalysatoren van bullshit zijn en dat wanneer we ons daar niet bewust van zijn, deze kunnen bijdragen aan een gevoel van zinloosheid en de mentale klachten die daaruit voortvloeien.

 

Wat betekent zin voor mij?

Mensen die me kennen die weten dat ik de neiging heb om gelijk de diepte in te gaan, dus dat ga ik dan ook maar doen. Volgens mij begint het daar namelijk. Want alles wat je verder bouwt, bouw je op dat fundament. Waarom doe je wat je doet? Wat zijn je diepste drijfveren en motivaties? Kies je vrij of vanuit oud zeer? Wat zijn de diepere overtuigingen die je tegenhouden? Zo kunnen we bijvoorbeeld keuzes maken die angstgedreven zijn en keuzes maken die gedreven zijn door onze diepere waarden. In mijn beleving zorgen met name de keuzes die gebaseerd zijn op onze kernwaarden voor een gevoel van betekenis. Betekenis is volgens mij de diepste laag van zin.

Experimenteel onderzoek van Dr. Samantha Heintzelman laat zien dat mensen betekenis ervaren wanneer ze helderheid scheppen in patronen en structuren. Haar onderzoek toont aan dat mensen hun leven als betekenisvoller beoordelen wanneer ze vóór het beoordelen beelden zagen die logisch (ze konden het onderliggende patroon doorzien) voor hen waren.

Kortom, mensen ervaren betekenis wanneer ze de samenhang tussen verschillende elementen zien. De elementen met elkaar in harmonie zijn. Er is dan een verhoogde mate van begrip en helderheid. Het voelt kloppend. De handeling van het ‘making sense’ zorgt voor een verhoogd gevoel van betekenis. Dit geldt dus ook wanneer mensen zichzelf steeds beter leren kennen. Tot inzicht komen. Het ontwikkelen van inzicht stelt je in staat om verbanden te zien. En iets dat klopt heeft zin én stimuleert zin.

Je ervaart bijvoorbeeld steeds meer betekenis naarmate je dichterbij de rol of de functie komt die bij je past. Daar waar je je in een vorige baan misschien voelde als een tennisspeler op een voetbalveld daar voel je je nu een tennisspeler op een tennisbaan. Er is uitlijning van wie je bent en de context waarin je je begeeft. Dit wordt in de Field Theory van socioloog Pierre Bourdieu ook wel de agent arena relationship genoemd. Op het moment dat de agent en de arena uitgelijnd zijn lijkt het leven zin te hebben. Je ervaart vaker een flowstaat en ontwikkelt je op een natuurlijke wijze richting hogere ontwikkelniveaus van kennis en kunde.

Dit betekent overigens niet dat je je altijd gelukkig voelt. Daarom vind ik werkgeluk ook een tricky term. Zin creëren vraagt vaak om hard werken en is niet altijd even leuk of prettig. Het vraagt om verantwoordelijkheid nemen voor je eigen gemoedstoestand. Het vraagt om loslaten van oude bekende patronen en acteren op basis van je waarden. Dit is eng en spannend.

Angst manifesteert zich wanneer we onbekend terrein gaan verkennen. Wanneer we vanuit de orde langzaam richting de chaos, het onontgonnen gebied, lopen. Angst manifesteert zich nog sterker wanneer dat onontgonnen gebied een gebied is dat we werkelijk belangrijk vinden. Dat in lijn ligt met onze waarden. En door het verkennen van het onbekende terrein, wat kwetsbaar is, breidt onze landkaart zich uit waardoor we ons krachtiger voelen en meer zelfvertrouwen krijgen. Vanuit een krachtig (niet te verwarren met onkwetsbaar) zelf heb je anderen iets te bieden en kun je vaardigheden en talenten inzetten ten behoeve van iets buiten jezelf. Tegelijkertijd zul je steeds minder vaak verleid worden om leegtes op te vullen.

Wanneer je op die manier met jezelf aan de slag gaat dan geloof ik dat de rest van de zin er vanzelf uitvloeit: zin in je werkdag, niet meer leven van weekend naar weekend, geen misselijkheid op zondagavond meer, geen cynische houding naar je baas of collega’s meer etc. etc. Je weet waarom je doet wat je doet. Je pakt zelf de regie en begint dan te leven in dat wat Dr. Martin Seligman betekenisvol leven noemt.

Kortom, de diepste zin valt volgens mij te bereiken wanneer we waardengericht en integer, en niet alleen doelgericht, keuzes leren maken. Daar verantwoordelijkheid voor nemen en bouwen aan ons potentieel als mens. Vervolgens kunnen we dit potentieel inzetten voor iets dat ons ontstijgt: bijvoorbeeld het helpen van een ander, het bijdragen aan de maatschappij om ons heen of ons inzetten voor een beter milieu. Wat je ook maar belangrijk vindt.

En ja, het is vast ook fijn als de koffie op kantoor nog een beetje lekker is ;-)…


Hoe maak ik zin?

Ik maak zin door vanuit mijn psychologieachtergrond en persoonlijke ervaring mensen handvatten aan te reiken om zichzelf uit de automatische piloot te halen zodat ze hun niet-helpende patronen beginnen te doorzien en leren om steeds vaker waardengedreven keuzes te maken. Ik maak zin door anderen te helpen zin te maken.

Hoe maak jij zin?

Ervaar hoe je zin kunt maken tijdens de 5e editie van de Dag van het Werkplezier op 15 mei 2020 in de Kleine Willem in Enschede.

Tickets zijn verkrijgbaar via: https://www.eventbrite.nl/e/tickets-dag-van-het-werkplezier-5e-editie-lustrum-80632920235

“The answer to the problem of humanity is the integrity of the individual” – Jordan B. Peterson

 

Alle veganisten zijn goed, alle vleeseters zijn slecht. Zwarte piet is oke, zwarte piet is slecht. Links is goed, rechts is slecht. En andersom. Één van de grootste uitdagingen van onze huidige maatschappij is polarisatie of tribalisme. De neiging van mensen om stevig en in termen van ‘goed’ en ‘slecht’ te oordelen over ‘de andere groep’. Een neiging die voortkomt uit de tijd dat we in stammen leefden, maar het helpt ons in deze tijd niet echt verder volgens mij. Is er nog wel ruimte voor nuance?

 

Hoe wordt de polarisatie bij mensen versterkt?

Volgens mij is een groot vehikel de nieuwe media. Duizenden kanalen vechten om je aandacht door hun posts zo extreem mogelijk te maken. Want: extreme titels trekken de aandacht en zorgen voor clicks. Extreme titels zorgen voor limbische resonantie, oftewel: ze triggeren je emotionele circuit. Je kunt als gebruiker niet alles lezen en dus filter je op wat je aandacht het sterkst trekt, op basis van wat je emotioneel het sterkst activeert. En zeg nou eens zelf, waarop ben je eerder geneigd te klikken?

 

‘Suiker net zo dodelijk als roken! Lees hier waarom’

 

Of

 

‘Resultaten uit een recent onderzoek naar de relatie tussen suiker en gezondheid laten een negatief beeld zien’

 

Op een energieke dag heb je misschien het heldere bewustzijn om voor de tweede te kiezen maar op een vermoeide, drukke of zelfs stressvolle dag zal optie één een stuk aantrekkelijker zijn. Hap, slik, weg.

 

Neem daarbij ook nog eens de neiging om te scannen in plaats van diepgaand te lezen vanwege de informatieoverload die we tegenwoordig te verwerken hebben en zie daar de kleuring van ons bewustzijn in termen van extremen en oppervlakkige conclusies.

 

Verder zijn we als mensen van nature geneigd om bewijs te zoeken voor de juistheid van ons wereldbeeld en staan we minder open voor zienswijzen die ons wereldbeeld uitdagen en bevragen. In de psychologie ook wel confirmation bias genoemd (Wason, 1960). Tot slot zijn we ook nog eens geneigd om onszelf als moreel superieur te zien in vergelijking tot anderen (Tappin & McKay, 2016), wat de confirmation bias en het tribale gevoel alleen nog maar versterkt: ‘ik weet zeker dat ik het bij het juiste eind heb!’.

 

Niet alleen hebben wij de neiging tot het bevestigen van ons eigen wereldbeeld: de algoritmen die onze sociale kanalen drijven zijn zo ingericht dat de informatie die we te zien krijgen toegespitst is op onze interesses en voorkeuren. En zo worden we ook nog eens extern gestimuleerd in de neiging om in termen van goed of fout te denken en blijft er nog minder ruimte over voor de nuance.

 

Hoe onze mentale gesteldheid de neiging tot oordelen in extremen beïnvloedt

Hoe gestrester we zijn, hoe meer we geneigd zijn zwart-wit te denken. Dat is geen keuze maar een reactie van ons systeem. Immers, de stressrespons is in de oorsprong bedoeld als overlevingsmechanisme. Op momenten dat ons leven op het spel staat is die nuance niet zo relevant. Ons systeem maakt een quick scan van de situatie en reageert daarop middels één van de volgende drie opties: vechten, vluchten of bevriezen. Het gevecht aangaan, je kop in het zand steken of inactief worden. En dus niet: kritisch beoordelen of de zienswijze die we erop nahouden wel juist is en van daaruit onze genuanceerde mening formuleren. Ga maar eens na: zijn je gedachten in stressvolle situaties soepel en genuanceerd of juist dwingend en zwart-wit?

 

In een tijd waarin 1 op de 6 werkende Nederlanders (TNO, 2018) last heeft van burn-out klachten (een constante staat van verhoogde chronische stress) kun je je dus voorstellen dat denken in polariteiten orde van de dag is. En zo worden we nóg gevoeliger voor de extreme berichten die we op onze tijdlijnen voorbij zien komen. Simpelweg omdat het snelle snacks zijn die resoneren met onze eigen staat van opgejaagdheid.

 

In doorgeschoten vorm kan dit zelfs zo ver gaan dat we heil gaan zoeken in bepaalde ideologieën of ons gaan afzetten tegen een systeem. In plaats van ons te richten op het oplossen van onze stressvolle situatie, onze wrok of onze emotionele wonden kunnen we gaan wijzen naar factoren buiten onszelf: het zijn de grote bedrijven, het is de overheid, het zijn de geldbeluste mensen. We kunnen ons vanuit een ideologie gaan richten op het bestrijden van een maatschappelijk probleem om ons gebrek aan betekenis, zelfvertrouwen en eigenwaarde te compenseren. De reden dat we ons zo slecht voelen is omdat de wereld een boze plek is. We projecteren de polarisatie in ons op een probleem buiten ons. Bij voorkeur vinden we hiervoor medestanders om zo een onderscheidende identiteit en een groepsgevoel te creëren in ons onderliggende lijden. Dit fenomeen zien we veel terug onder activisten. Waarbij ik overigens geen oordeel wil vellen over activisten. Het is denk ik alleen wel zinvol om als mens bewust te zijn van je diepere motivaties.

 

Het creëren van ruimte en de erkenning van het individu

Ik geloof dat we baat hebben bij het creëren van ruimte. Ruimte voor onszelf en ruimte voor de ander. Vanuit die ruimte ontstaat begrip voor de unieke ander. En die ruimte is de geboorteplek van de nuance. Jouw wil forceren creëert onherroepelijk conflict. Conflict dat niet vruchtbaar is. Omdat met elke extreme uiting, de ander de hakken nog steviger in het zand zet. Er ontstaat een kramp.

 

Op het moment dat we als mensen in staat zijn om ruimte te scheppen ontstaat verzachting en kan het moddergooien aan de oppervlakte tot stilstand komen en het dialoog gevoerd worden op het niveau van waarden.

 

Ik geloof dat we baat hebben bij een ontwikkeling richting mildheid en nuance. Een ontwikkeling die allereerst dient plaats te vinden op het niveau van het individu en niet op het niveau van de groep. Van individu tot individu.

 

Wanneer we mensen zien als onderdeel van een groep dan werkt dat dehumaniserend. We zien de ander dan vanuit de bril van de groepsidentiteit en vergeten de uniciteit. Verbinding ontstaat wanneer we in staat zijn om mensen te zien als gelaagd individu met een eigen verhaal. Zolang we het individu als onderdeel van een groep blijven zien, zullen we niet in staat zijn om op een mensniveau met elkaar het gesprek aan te gaan en tot duurzame oplossingen te komen.

 

En wat jij hier zelf mee kan? Kijk eens of je de volgende keer dat je mee dreigt te worden genomen in een sterke mening, je even kunt pauzeren en kan opmerken hoe je in de tunnel van het absolute schiet. Waar bestaat die ervaring uit? Is het een cognitief vernauwen, een gevoel of emotie of een fysiek verharden door het aanspannen van bepaalde spieren? Vanuit daar kun je ontspannen, verzachten en de aandacht geduldig verbreden, zodat langzaam ook ruimte ontstaat voor de unieke zienswijze van de ander.

 

Bronnen

Wason, Peter C. (1960), “On the failure to eliminate hypotheses in a conceptual task”, Quarterly Journal of Experimental Psychology, 12 (3): 129–40

Tappin, B.M., McKay, R. T. (2016). The illusion of Moral Superiority. Social Psychological and Personality Science, 2017, Vol. 8(6) 623-631

‘Wat je nodig hebt kun je vinden waar je het minst wilt kijken’ – Carl Jung

 

We willen allemaal lekker in ons vel zitten en gelukkig zijn en gaan behoorlijk ver om dat te bereiken. Wie wil er nou slapeloze nachten, angst, stress, onzekerheid, verwardheid, hopeloosheid en uitzichtloosheid in z’n leven ervaren? Niemand. En dus lopen we ervoor weg. In het ongemak zit echter enorm veel groeipotentieel en door het ongemak uit de weg te gaan schieten we onszelf op de lange termijn in de voet. In dit blog wil ik uiteenzetten waarom het juist heel goed is dat we ons af en toe niet goed voelen.

 

Pijn leidt tot actie

Zeg nou zelf: wanneer kom je in beweging? Juist, wanneer je pijn ervaart. Ik gebruik pijn hier als containerbegrip voor alles wat valt onder fysiek of psychisch ongemak. Wanneer durfde je eindelijk die giftige relatie gedag te zeggen? Juist, na de zoveelste slaande ruzie. Wanneer kon je eindelijk al je moed verzamelen om tegen je baas te zeggen dat je ermee ging kappen? Juist, na die zoveelste misselijkheid op zondagavond.

We hebben pijn en ongemak nodig. Het wijst ons de weg richting dát wat we nog te doen hebben met onszelf om tot wasdom te komen. Een karakter te ontwikkelen. Een individu te worden.

 

Een overmatige nadruk op vriendelijkheid

Ik geloof dat we in onze samenleving te veel nadruk leggen op de meer zachte menselijke eigenschappen zoals vriendelijkheid, compassie en begrip. Open je instagrampagina en vriendelijkheidsquotes van Ghandi vliegen je om de oren. Begrijpelijk, want wanneer je naar het nieuws kijkt zie je met name de uitwassen van tegenhangers hiervan. Slecht nieuws is nieuwswaardig.

Je krijgt dan de indruk dat we als mensen helemaal van ’t padje zijn en meer van deze zachte waarden nodig hebben. Ik geloof dat dat deels waar is. Want kijk eens om je heen: wie is er nu écht een klootzak? Waarschijnlijk kun je die mensen hooguit op één hand tellen. En die mensen hebben, wanneer je interesse toont, vaak ook een persoonlijk verhaal voor hun minder leuke karaktertrekken.

Ik geloof dat we als samenleving juist snakken naar hardere menselijke eigenschappen zoals: kracht, begrenzing, stevigheid, durf en de ruggengraat om het ongemak aan te gaan.

De huidige samenleving maakt het nog lastiger om het ongemak aan te gaan omdat we nog nooit zoveel uitlaatkleppen hebben gehad om van het ongemak weg te lopen: Netflixseries, festivals, vakanties etc. etc.

Misschien heb jij wel helemaal geen yogales nodig om te ontspannen en zou je eigenlijk eens een keer een stevig gesprek met je partner moeten voeren. Misschien voel je je helemaal niet angstig en gestresst omdat je hooggevoelig bent, maar laat je mensen constant het kaas van je brood eten.

 

Jezelf kunnen zijn gaat gepaard met pijn

Wanneer je de keuze maakt om voor jezelf en je energie te gaan staan, dan zal dat geen makkelijk proces zijn. Het zal misschien betekenen dat je bepaalde relaties in heroverweging moet nemen. Dat je erachter komt dat je in je carrière een ladder beklom die tegen de verkeerde muur aanstond.

Mensen zullen zich verzetten tegen die ‘echte jij’. Die echte jij, die straalt en zorgt voor een heftige spiegel voor mensen die niet zichzelf durven te zijn. Dit zou, bij een groeimindset, voor iemand juist een trigger moeten zijn om bij zichzelf naar binnen te duiken maar meestal zien we de tegengestelde reactie: wijzen naar de persoon die durft. Wie denkt die persoon wel niet te zijn? En zo proberen we onszelf weer een goed gevoel te geven en gaan we het ongemak uit de weg.

Ik durf vrij hard te beweren dat vrijwel iedereen die ons stoort of irriteert of die gevoelens van jaloezie bij ons opwekt een onvervuld verlangen in onszelf raakt.

Kortom, kijk die pijn recht in de ogen en wees er dankbaar voor. Er staat weer een les op je te wachten. Wat probeert de pijn je te vertellen of te leren over jezelf? Wat heb jij te doen om dichter bij jezelf te komen?

 

‘what if life doesn’t happen to you, but for you?’ – Tony Robbins

 

Ps. Ghandi was overigens niet zo vredelievend omdat hij zich altijd maar gefocust heeft op zachte eigenschappen, maar omdat hij die harde eigenschappen juist zo goed beheerste en er zo ruimte ontstond voor de ander..

In eerdere blogs die ik geschreven heb is het vaak gegaan over hoe mindfulness kan bijdragen aan mentale fitheid. Een ander mogelijk resultaat van consequente beoefening is een toename in creativiteit (Ren et al.,2011; Greenberg et al., 2012; Ostafin and Kassman, 2012). Hoe dit precies werkt zet ik uiteen in deze blog.

 

Hoe conditionering bijdraagt aan rigide denkkaders

We kennen allemaal het experiment van Pavlov (1927) waarin hij aantoont dat honden vrij snel relaties leren leggen tussen verschillende ervaringen en gedragingen zoals dat een hond al begint te kwijlen bij het horen van een belletje omdat hij geleerd heeft dat daarna voedsel volgt. Bij ons mensen werkt het niet heel anders. Door de jaren heen raken we als mens door allerlei ervaringen (en de gevolgen daarvan) steeds sterker geconditioneerd. Ons brein werkt zo dat wanneer het nieuwe ervaringen opdoet de ervaring in het brein wordt weggezet als ‘bekend’ zodat er de volgende keer minder aandacht naar die desbetreffende ervaring hoeft te gaan. Je hebt geleerd wat het is of hoe het werkt. We doen vervolgens steeds meer activiteiten op de automatische piloot. We hebben bestaande kaders en patronen gecreëerd van waaruit we automatisch gaan handelen. Dit heeft overigens ook invloed op onze tijdbeleving maar dat is misschien iets voor een volgend blog.

Het aanleren van dit soort patronen heeft een praktisch nut. We hoeven immers niet elke keer dat we een taak uitvoeren helemaal opnieuw te onderzoeken hoe we het precies moeten doen. Stel je eens voor dat je elke keer dat je in de auto stapt opnieuw moet leren schakelen. Daarnaast is het één van de primaire doelstellingen van onze geest om onze overleving veilig te stellen. Wanneer een ervaring gelabeld is als ‘bekend’ dan is de kust veilig en is het aandachtsveld vrij om nieuwe ervaringen, die potentieel bedreigend zouden kunnen zijn, op te merken.

In de psychologie wordt in het kader van patronen ook wel gesproken over gestalts. De gestaltpsychologie, een school die in de jaren ’30 is ontstaan in Duitsland door werk van onder anderen Kurt Koffka (1935), gaat ervan uit dat wij als mensen de wereld waarnemen in gehelen en patronen.

Om dit gelijk tastbaar te maken: wat zie je in onderstaand plaatje?

Kanizsa-driehoek (1955)

 

Als het goed is zie je een witte driehoek in het midden. Die driehoek is er niet écht, maar je brein vult de lege velden in om er een geheel van te maken: een gestalt. Dit is een mooi voorbeeld van een optische illusie die ontstaat vanuit een aangeleerd patroon in je brein.

Hetzelfde mechanisme geldt voor je denkpatronen. Naarmate we in ons leven bepaalde denkpatronen herhaaldelijk volgen en daarin positief bekrachtigd worden (of ooit zijn) dan zullen deze denkpatronen in ons brein verstevigen. We leren op die manier steeds meer convergent te denken (Guilford, 1956).

 

Convergent vs. divergent denken

Psycholoog J.P. Guilford definieerde de termen convergent en divergent voor het eerst in 1956:

Convergent denken volgt een set aan logische stappen om tot een oplossing te komen. Divergent denken wordt gebruikt om nieuwe ideeën te genereren en gebeurt vaak spontaan, niet-lineair en free-flowing.

Bij divergent denken lijken er nieuwe ideeën te komen uit het onbewuste. Ze lijken niet voort te bouwen op eerder geleerde ideeën. Voor creativiteit is het dus nodig om divergent te leren denken.

De koppeling met gestalt is snel gemaakt: naarmate we als mensen rijpen worden er steeds meer patronen gevormd en wordt het steeds lastiger voor ons om divergent te denken. We denken binnen bestaande denkkaders en hebben vaak wat opschudding van buitenaf nodig om ons daaruit te ‘wekken’. We denken in termen van haalbaarheid binnen de huidige structuren en zijn niet zo goed in staat om dat te overstijgen en vrij te denken. Ik heb wel eens gehoord dat kinderen bij een probleemstelling met 100 oplossingen kwamen terwijl volwassenen er slechts 7 konden verzinnen…

 

Hoe kan mindfulness ons helpen om meer divergent te leren denken?

De beoefening van mindfulness draait in de kern om aanwezig zijn met onze ervaringen vanuit een milde en niet-reactieve houding. Dit houdt in dat we onze ervaringen (gedachten, gevoelens, emoties, fysieke sensaties en geluiden) voorbij zien komen vanuit een open, ontvankelijke houding en zonder dat we daar direct op reageren. Dit zorgt er na een tijdje oefenen (lengte waarin dit gebeurt verschilt) voor dat we automatische piloot, die opereert vanuit een doe-modus, steeds meer uitschakelen en we contact maken met een zogenoemde zijn-modus. In de zijn-modus gelden andere regels:


Brandsma (2012)

 

In de zijn-modus zijn onze gedachten minder persistent. Deelnemers van trainingen zeggen wel eens dat ze minder blijven plakken. We zijn meer aanwezig in het huidige moment en zijn minder gevangen door onze aangeleerde denkpatronen. Wanneer gedachten minder blijven plakken ontstaat er ruimte voor nieuwe invalshoeken. We stappen als het ware uit het bestaande patroon waardoor de gestalt minder rigide wordt en op termijn zelfs uiteen kan vallen.

Het afbreken van het oude, biedt ruimte voor het nieuwe. Niet vanuit iets dat vooropgezet is maar opkomend, in het Engels ook wel ‘emergent’ genoemd. Spontaan ontspringend uit een diepere bron. En zo kun je hogere orde gestalts gaan opbouwen. Want het mechanisme van patrooncreatie blijft uiteraard bestaan. Daar kunnen we als mens niet onderuit. We kunnen onszelf echter wel trainen om vaker uit de automatische piloot stappen, bestaande gestalts af te breken en van daaruit te ervaren welke nieuwe ideeën er onder de oppervlakte liggen. Telkens weer opnieuw door middel van mindfulness onze eigen patronen onder de loep nemen om telkens weer opnieuw het nieuwe te kunnen ervaren en bewust te kiezen.

En zo kan mindfulness diepgaand bijdragen aan je creatieve vermogens!


Bronnen:

Pavlov IP (1927). Translated by Anrep GV. “Conditioned Reflexes: An Investigation of the Physiological Activity of the Cerebral Cortex”. Nature. 121 (3052): 662–664

Ren, J., Huang, Z., Luo, J., Wei, G., Ying, X., Ding, Z., et al. (2011). Meditation promotes insightful problem-solving by keeping people in a mindful and alert conscious state. Sci. China Life Sci. 54, 961–965. doi: 10.1007/s11427-011-4233-3

Greenberg, J., Reiner, K., and Meiran, N. (2012). “Mind the trap”: mindfulness practice reduces cognitive rigidity. PLoS ONE 7:e36206. doi: 10.1371/ journal.pone.0036206

Ostafin, B. D., and Kassman, K. T. (2012). Stepping out of history: mindfulness improves insight problem solving. Conscious. Cogn. 21, 1031–1036. doi: 10.1016/j.concog.2012.02.014

Koffka, K. (1935). Principles of Gestalt Psychology

Kanizsa, G. (1955). “Margini quasi-percettivi in campi con stimolazione omogenea.” Rivista di Psicologia 49(1)7-30

Guilford, J. P. (1966). Intelligence: 1965 model. American Psychologist, 21(1), 20-26.

Brandsma, R. (2012). Mindfulness basisboek. Lanoo Campus

We leven in het tijdperk van mindfulness. Toen ik 16 jaar geleden op mijn kamertje begon met oefenen (en het niemand durfde ter vertellen omdat ik bang was dat mensen dachten dat ik gek was) had ik nooit durven denken dat mindfulness mainstream zou gaan. Toen op latere leeftijd het kwartje écht viel (mindfulness draait niet om ontspannen en je lekker voelen maar om op een milde manier te leren zijn met wat er is: prettig of onprettig) en de wetenschap steeds meer positieve resultaten vond besloot ik er mijn werk van te maken en bij te dragen aan het mainstream maken van deze 2000-jaar oude beoefening. Een blend tussen millenia-oude wijsheid uit het oosten en moderne wetenschappelijke inzichten uit het westen: mooier kon het niet worden voor mij. Inmiddels word je doodgegooid met trainingen en apps maar de burn-outs en depressies lijken toe te nemen. Helpt mindfulness nu wel of niet?

McMindfulness

Met groeiende populariteit en vraag komen groeiende commerciële kansen. Dat is in de mindfulnessindustrie niet anders. En zo zagen we de afgelopen jaren een explosieve groei in mindfulnessapps en aanbieders van mindfulnessworkshops en -trainingen. Je zou denken dat dit een positieve ontwikkeling is gezien het groeiende aantal mensen met mentale klachten. Daar ben ik het deels mee eens. Ja, het is mooi dat er steeds meer aandacht komt voor één van de grootste problemen van deze tijd en het is ook een goede ontwikkeling dat hier steeds meer aanbod voor komt. De vraag is echter of we bezig zijn met de juiste dingen en of we mindfulness inzetten op de juiste manier. Ik vind dit uitdagende vragen. Ik ben daarom als trainer constant bezig met óók mezelf kritisch onder de loep te nemen: pak ik met datgene wat ik doe de kern van het probleem aan of niet? Voegt het werk dat ik doe werkelijk waarde toe of draai ik mee in een systeem dat niet écht helpend is of zelfs averechts werkt? Vooral in de psychologie is het enorm lastig om causale verbanden te leggen.

Inmiddels heb ik, na lang denk- en leeswerk en het geven van veel trainingen, steeds meer helder welke gevaren er schuilen aan het mainstream worden van mindfulness, ook wel McMindfulness genoemd.

Mindfulness als een op jezelf gerichte quick fix

Mindfulness wordt door veel mensen ingezet als een op jezelf gerichte quick fix. Je ervaart wat onrust of stress, opent de app, doet even snel een oefening en weer door. Daarmee gaat het op 3 fronten mis:

1. Mindfulness is een doorlopende beoefening waarmee je steeds meer opmerkzaamheid ontwikkelt over je eigen patronen en een milde houding ontwikkelt richting je ervaringen. Zijn met wat er is en dus niet een oefening doen om gevoelens weg te krijgen. Op de lange termijn leidt de oefening tot meer interne harmonie maar hier streven we niet naar.

2. Mindfulness draait om vertragen en zo uit de automatische piloot stappen. Hierdoor maken we contact met de zijn-modus en kunnen we steeds verfijnder voelen wat we nodig hebben. Dit staat haaks op de snelle samenleving waarin we nu leven. Op een hele subtiele manier, zonder dat we het vaak doorhebben, kan mindfulness hier een verlengstuk van worden. Het paradoxale is dat het juist werkt omdat het indruist tegen de waarden van de huidige samenleving die gericht zijn op: efficiëntie, snelheid, prestatie, resultaatgerichtheid, oppervlakte (voor diepgang), kwantiteit boven kwaliteit, snel schakelen etc. Het interessante is dat juist wanneer je veel onrust of afkeer ervaart bij lang stilzitten en zalvende woorden je de automatische piloot aan het uitschakelen bent.

3. Door mindfulness als een op het individu gerichte oefening te zien vergeten we het grotere systeem, met de zojuist benoemde waarden, dat tegenwoordig zoveel stress veroorzaakt. Inmiddels is wel duidelijk dat stress geen individueel maar een collectief probleem is. We leven allemaal in meer of mindere mate in deze snelle, resultaatgerichte en oppervlakkige cultuur. Mindfulness kan helpen om bewustzijn te creëren over hoe het huidige systeem en onze (sociale en digitale) omgeving op ons inwerkt en daardoor zullen we beter in staat zijn om gerichte actie te ondernemen. Wees er scherp op dat mindfulness niet een constant vernieuwde pleister op een wond wordt die eigenlijk een externe oorzaak heeft. Die actie is dus belangrijk.

Waar is de actie eigenlijk?

Mindfulness kan dus, als je niet oplet, enkel een oefening worden die je inzet om je beter te doen voelen. Om te ontspannen en je lekkerder te voelen. Je eigen batterij weer op te laden. Afstand te nemen van de drukte. En misschien voel je je daarna ook wel lekkerder. En zo wordt het langzaam jouw fix. Jouw kalmeringstablet. Jouw manier om stress te verzachten. Zo sukkel je langzaam weer in slaap en heb je nog altijd niet duidelijk wát het is dat de stress in eerste instantie veroorzaakt. En zo weerhoudt het je van actie. Weerhoudt het je van het leren jezelf stevig te begrenzen in een samenleving die constant je aandacht kaapt. Weerhoudt het je van het leren assertiever te worden en de (soms harde) waarheid uit te spreken naar je collega’s of partner.

Kortom: het grootste gevaar van mainstream mindfulness is in mijn ogen dat het mensen verzwakt in hun vermogens om gerichte actie te ondernemen om zichzelf zo werkelijk krachtiger te maken.

Ook in professionele mindfulnesskringen wordt naar mijn mening te weinig aandacht geschonken aan de ‘harde kanten van mindfulness’. We verdrinken in woorden als compassie, mildheid, begrip en empathie en zonder de juiste contextuele uitleg ontbinden we hiermee langzaam de stevigheid van onze ruggengraat. Je groeit niet wanneer je je spanning telkens probeert weg te krijgen met oefeningen terwijl je eigenlijk iets anders te doen hebt. Punt.

Dus wil je mindfulness enkel en alleen inzetten om je beter te voelen en een lekker momentje voor jezelf te hebben dan kun je volgens mij beter een dagje naar de sauna gaan. Wil je werken aan meer bewustzijn over de wijze waarop je met jezelf, je ervaringen en je omgeving omgaat, welke niet-helpende overtuigingen je in de weg staan en hoe de keuzes die je maakt en het gedrag dat je vertoont ervoor zorgen dat je je eigen potentieel belemmert dan kan mindfulness iets voor je zijn. Maar het is een lange-termijn practice, een cultivatie van kwaliteiten. Als het onderhouden van een moestuin. Dagelijks water geven. Niet om er diezelfde dag nog een tomaat uit te trekken. Maar om geduldig te wachten tot de vruchten zich vanzelf aandienen terwijl je in de tussentijd de juiste acties uitzet.