‘Je moet meer in het nu leven’. ‘Het nu is alles wat we hebben’.

Tegenwoordig is ‘leven in het nu’ een veelgehoord advies. Het is een beetje het nieuwe ‘je moet positief denken’. Waarschijnlijk aangewakkerd door de wereldwijde bestseller ‘De kracht van het NU’ van Eckhart Tolle en de mindfulnesshype die erop volgde.

En alhoewel de intenties goed zijn, is het lastig om in het nu te leven. Daarnaast zijn er belangrijke nuances te maken en is het goed je bewust te zijn van bepaalde valkuilen. Omdat ik hier regelmatig vragen over krijg heb ik besloten een kort blogje te schrijven om hier wat licht op te schijnen.


Wat wordt er bedoeld met ‘leven in het nu’?

We beginnen met een definitie. Concreet gezien houdt ‘leven in het nu’ in dat je even stil staat en de aandacht brengt naar de huidige ervaring. Op die manier leer je uit de automatische piloot te stappen.

Die automatische piloot bestaat vaak uit allerlei ingesleten gewoontepatronen die niet altijd even helpend zijn. Een voorbeeld van zo’n patroon is dat de aandacht vrijwel altijd uitgaat naar alles wat je nog te doen hebt. Je kunt je voorstellen dat dat veel stress veroorzaakt. Door daar bewust van te leren worden kun je vaker de aandacht brengen naar waar je op dat moment bent. Vanuit die aanwezigheid kun je beter de behoeften van het lichaam voelen en op basis daarvan een bewuste keuze maken voor je volgende actie.


Hoe maak ik contact met het nu?

Om meer aanwezig te raken bij het huidige moment kun je de aandacht brengen naar diverse ‘poorten naar het nu’. In mindfulnessmeditaties maken we vaak gebruik van zintuigelijke ervaringen en lichaamssensaties. Die zijn vaak neutraal en heel concreet.

Ik gebruik zelf vaak de adem als een soort anker. De adem is altijd in het nu. Een andere ‘poort’ is de zintuigelijke ervaring van het voelen. Je kunt bijvoorbeeld even het contact voelen van de voeten met de grond of van de billen met de stoel waarop je zit. Je kunt ook even eten met aandacht. Waarbij je echt even de tijd neemt om bewust te proeven wat je tot je neemt in plaats van dat je wat ‘inwerpselen’ naar binnen gooit.

Kortom, kijk of je de aandacht naar het huidige moment kunt brengen door gewaar te worden van de ervaringen in het moment.


Als ik aan het nadenken ben, ben ik dan weg van het nu?

Niet per se. Het ligt eraan of je je bewust bent van de gedachten of niet. Wanneer je je niet bewust bent van gedachten dan ben je niet meer aanwezig waar je bent, maar dan zit je als het ware ín een verhaal van de denkgeest. Daar is overigens niks mis mee, de geest doet dat automatisch. Door je vaker bewust te worden van het huidige moment kun je wel vaker bewust kiezen wat je met de aandacht doet. En zo dus ook vaker uit stresspatronen stappen.

Je hebt zelfs een meditatie op gedachten. Hierbij probeer je tijdens de duur van de oefening gewaar te zijn van de stroom van gedachten die vanuit zichzelf in het moment voorbijkomt.


Je hebt het vaak over waardengerichte doelen stellen. Maar daarmee houden we ons bezig met de toekomst, terwijl we alleen het nu hebben. Voeden we daarmee niet ons ego? Hoe zit dat?

Ik zie de stelling ‘alles wat we hebben is het nu’ iets genuanceerder. Uiteindelijk is het nu de plek waar je kunt toetsen of je in lijn met je waarden leeft. Wanneer er in het nu een discrepantie is tussen je waarden en je levensomstandigheden dan voel je dat en kun je stappen zetten om je levensomstandigheden meer in lijn te brengen met je waarden. En dat kun je alleen doen door de toekomst, vanuit ieder nieuw moment dat je in het nu wordt aangereikt, te betreden met die waarden als kompas.

Met het ego wordt vaak ons sociale masker bedoeld. De manier waarop we maatschappelijk gezien een beeld van onszelf proberen hoog te houden. Waarden representeren wat wij in de kern belangrijk vinden en dienen niet als sociaal masker voor externe validatie. Sterker nog: kiezen voor een waardengericht leven zal hoogstwaarschijnlijk van je vragen om impopulaire beslissingen te nemen.

Een belangrijke vraag op je pad is overigens wel: is de discrepantie tussen mijn waarden en mijn levensomstandigheden te wijten aan de praktische levensomstandigheden (baan, relatie, woonplek) of aan hoe ik mij ertoe verhoud? We kunnen namelijk ook met onze percepties – vaak oude ingesleten conditioneringen – de levensomstandigheden kleuren en zo bijvoorbeeld van baan naar baan of van partner naar partner bewegen zonder dat er echt iets verandert. Immers, waar je ook gaat daar ben je (titel van een mooi boek van Jon Kabat-Zinn).

Kortom: in het nu betreden we de toekomst en onze waarden kunnen fungeren als onze wegwijzers. Je kunt dus ook in het nu plannen hoe je in de toekomst meer waardengericht wilt leven.


Het nu is voor mij ondraaglijk, ik wil ervan weg

Wanneer je in het nu in een levenssituatie zit die schadelijk voor je is dan is het natuurlijk heel terecht daarvan weg te willen. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer je een baan hebt waarbij je leidinggevende constant over je grenzen gaat. Of wanneer je in een baan zit die weinig zingevend voor je is en je energie leeg trekt.

Het is ook prima om af en toe afleiding te zoeken en niet constant te hoeven leven met onprettige gevoelens. Dit kan helpend zijn wanneer de levenssituatie waarin je je begeeft geen directe, praktische oplossing kent. Bijvoorbeeld wanneer je ziek bent en er niet direct zicht is op genezing.

In veel andere gevallen kan het juist helpend zijn om te leren met de gevoelens te zijn. Vaak is ‘ik kan het niet aan’ slechts een gedachte en merk je in de praktijk dat je voldoende draagkracht hebt voor de onprettige gevoelens en gedachten. Ik kwam laatst een mooie quote van Mark Manson tegen die hierover ging:

‘You don’t build psychological resilience by feeling good all the time. You build psychological resilience by getting better at feeling bad’

Door te leren aanwezig te zijn met onprettige gevoelens en gedachten leer je dat je je niet door die gevoelens en gedachten hoeft te laten leiden, dat ze niet waar hoeven te zijn, dat je er niet aan onderdoor gaat en dat je veel meer aankunt dan je denkt.


Leven in het nu, is dat een beetje hetzelfde als YOLO?

Ik interpreteer YOLO (You Only Live Once) als een sprong in het diepe in het moment. Je maakt een keuze zonder bewust stil te staan bij de consequenties. En alhoewel dit af en toe best prima is kan het ook leiden tot een ‘kop in het zand-strategie’ waarbij je je ogen sluit voor huidige of toekomstige verantwoordelijkheden: Hakuna Matata.


Kun je leren om meer in het nu te leven?

Jazeker, tijdens bijvoorbeeld een achtweekse mindfulnesstraining leer je hoe je je gewaarzijn kunt trainen. Door op een geduldige, milde manier het gewaarzijn te trainen zul je gaan merken dat je je vaker bewust bent van het huidige moment. Je wordt als het ware vaker ‘wakker’ in het moment.


Waar is dat goed voor, dat leven in het nu?

Je opmerkzaamheid trainen zodat je meer aanwezigheid ervaart kan heel heilzaam zijn. Bijvoorbeeld wanneer je het gevoel hebt dat je altijd druk bent en altijd ‘aan’ staat, het gevoel hebt dat je geleefd wordt, veel stress ervaart, weinig geniet van dingen en het gevoel hebt dat je je leven niet echt meekrijgt en beleeft.

Ook veel psychosomatische klachten zoals hoofdpijn, maag- en darmklachten, spanning in nek, schouders en achterhoofd en slapeloosheid kunnen hun oorsprong hebben in het constant leven vanuit gewoontepatronen.

Door meer contact te leren maken met het nu leer je vaker uit je patronen te stappen en zo bewust te kiezen voor een nieuwe, meer helpende respons. Dit kan een hele batterij aan positieve effecten hebben.

Tot slot leert aanwezig zijn je het wonderlijke in het gewone weer te zien. Aandacht bepaalt onze ervaring en vaak zit de intensiteit van de ervaring niet in veel en snel maar juist in langzaam en weinig.


Ik heb geprobeerd in deze blog een aantal veelvoorkomende vragen te beantwoorden, maar het kan natuurlijk zo zijn dat je nog vragen hebt. Voel je vrij om mij te mailen op
ferry@bananatree.nl.

Ben je nieuwsgierig geraakt naar een training of een 1-op-1 traject? Stuur me dan ook even een mailtje.

 

In eerdere blogs die ik geschreven heb is het vaak gegaan over hoe mindfulness kan bijdragen aan mentale fitheid. Een ander mogelijk resultaat van consequente beoefening is een toename in creativiteit (Ren et al.,2011; Greenberg et al., 2012; Ostafin and Kassman, 2012). Hoe dit precies werkt zet ik uiteen in deze blog.

 

Hoe conditionering bijdraagt aan rigide denkkaders

We kennen allemaal het experiment van Pavlov (1927) waarin hij aantoont dat honden vrij snel relaties leren leggen tussen verschillende ervaringen en gedragingen zoals dat een hond al begint te kwijlen bij het horen van een belletje omdat hij geleerd heeft dat daarna voedsel volgt. Bij ons mensen werkt het niet heel anders. Door de jaren heen raken we als mens door allerlei ervaringen (en de gevolgen daarvan) steeds sterker geconditioneerd. Ons brein werkt zo dat wanneer het nieuwe ervaringen opdoet de ervaring in het brein wordt weggezet als ‘bekend’ zodat er de volgende keer minder aandacht naar die desbetreffende ervaring hoeft te gaan. Je hebt geleerd wat het is of hoe het werkt. We doen vervolgens steeds meer activiteiten op de automatische piloot. We hebben bestaande kaders en patronen gecreëerd van waaruit we automatisch gaan handelen. Dit heeft overigens ook invloed op onze tijdbeleving maar dat is misschien iets voor een volgend blog.

Het aanleren van dit soort patronen heeft een praktisch nut. We hoeven immers niet elke keer dat we een taak uitvoeren helemaal opnieuw te onderzoeken hoe we het precies moeten doen. Stel je eens voor dat je elke keer dat je in de auto stapt opnieuw moet leren schakelen. Daarnaast is het één van de primaire doelstellingen van onze geest om onze overleving veilig te stellen. Wanneer een ervaring gelabeld is als ‘bekend’ dan is de kust veilig en is het aandachtsveld vrij om nieuwe ervaringen, die potentieel bedreigend zouden kunnen zijn, op te merken.

In de psychologie wordt in het kader van patronen ook wel gesproken over gestalts. De gestaltpsychologie, een school die in de jaren ’30 is ontstaan in Duitsland door werk van onder anderen Kurt Koffka (1935), gaat ervan uit dat wij als mensen de wereld waarnemen in gehelen en patronen.

Om dit gelijk tastbaar te maken: wat zie je in onderstaand plaatje?

Kanizsa-driehoek (1955)

 

Als het goed is zie je een witte driehoek in het midden. Die driehoek is er niet écht, maar je brein vult de lege velden in om er een geheel van te maken: een gestalt. Dit is een mooi voorbeeld van een optische illusie die ontstaat vanuit een aangeleerd patroon in je brein.

Hetzelfde mechanisme geldt voor je denkpatronen. Naarmate we in ons leven bepaalde denkpatronen herhaaldelijk volgen en daarin positief bekrachtigd worden (of ooit zijn) dan zullen deze denkpatronen in ons brein verstevigen. We leren op die manier steeds meer convergent te denken (Guilford, 1956).

 

Convergent vs. divergent denken

Psycholoog J.P. Guilford definieerde de termen convergent en divergent voor het eerst in 1956:

Convergent denken volgt een set aan logische stappen om tot een oplossing te komen. Divergent denken wordt gebruikt om nieuwe ideeën te genereren en gebeurt vaak spontaan, niet-lineair en free-flowing.

Bij divergent denken lijken er nieuwe ideeën te komen uit het onbewuste. Ze lijken niet voort te bouwen op eerder geleerde ideeën. Voor creativiteit is het dus nodig om divergent te leren denken.

De koppeling met gestalt is snel gemaakt: naarmate we als mensen rijpen worden er steeds meer patronen gevormd en wordt het steeds lastiger voor ons om divergent te denken. We denken binnen bestaande denkkaders en hebben vaak wat opschudding van buitenaf nodig om ons daaruit te ‘wekken’. We denken in termen van haalbaarheid binnen de huidige structuren en zijn niet zo goed in staat om dat te overstijgen en vrij te denken. Ik heb wel eens gehoord dat kinderen bij een probleemstelling met 100 oplossingen kwamen terwijl volwassenen er slechts 7 konden verzinnen…

 

Hoe kan mindfulness ons helpen om meer divergent te leren denken?

De beoefening van mindfulness draait in de kern om aanwezig zijn met onze ervaringen vanuit een milde en niet-reactieve houding. Dit houdt in dat we onze ervaringen (gedachten, gevoelens, emoties, fysieke sensaties en geluiden) voorbij zien komen vanuit een open, ontvankelijke houding en zonder dat we daar direct op reageren. Dit zorgt er na een tijdje oefenen (lengte waarin dit gebeurt verschilt) voor dat we automatische piloot, die opereert vanuit een doe-modus, steeds meer uitschakelen en we contact maken met een zogenoemde zijn-modus. In de zijn-modus gelden andere regels:


Brandsma (2012)

 

In de zijn-modus zijn onze gedachten minder persistent. Deelnemers van trainingen zeggen wel eens dat ze minder blijven plakken. We zijn meer aanwezig in het huidige moment en zijn minder gevangen door onze aangeleerde denkpatronen. Wanneer gedachten minder blijven plakken ontstaat er ruimte voor nieuwe invalshoeken. We stappen als het ware uit het bestaande patroon waardoor de gestalt minder rigide wordt en op termijn zelfs uiteen kan vallen.

Het afbreken van het oude, biedt ruimte voor het nieuwe. Niet vanuit iets dat vooropgezet is maar opkomend, in het Engels ook wel ‘emergent’ genoemd. Spontaan ontspringend uit een diepere bron. En zo kun je hogere orde gestalts gaan opbouwen. Want het mechanisme van patrooncreatie blijft uiteraard bestaan. Daar kunnen we als mens niet onderuit. We kunnen onszelf echter wel trainen om vaker uit de automatische piloot stappen, bestaande gestalts af te breken en van daaruit te ervaren welke nieuwe ideeën er onder de oppervlakte liggen. Telkens weer opnieuw door middel van mindfulness onze eigen patronen onder de loep nemen om telkens weer opnieuw het nieuwe te kunnen ervaren en bewust te kiezen.

En zo kan mindfulness diepgaand bijdragen aan je creatieve vermogens!


Bronnen:

Pavlov IP (1927). Translated by Anrep GV. “Conditioned Reflexes: An Investigation of the Physiological Activity of the Cerebral Cortex”. Nature. 121 (3052): 662–664

Ren, J., Huang, Z., Luo, J., Wei, G., Ying, X., Ding, Z., et al. (2011). Meditation promotes insightful problem-solving by keeping people in a mindful and alert conscious state. Sci. China Life Sci. 54, 961–965. doi: 10.1007/s11427-011-4233-3

Greenberg, J., Reiner, K., and Meiran, N. (2012). “Mind the trap”: mindfulness practice reduces cognitive rigidity. PLoS ONE 7:e36206. doi: 10.1371/ journal.pone.0036206

Ostafin, B. D., and Kassman, K. T. (2012). Stepping out of history: mindfulness improves insight problem solving. Conscious. Cogn. 21, 1031–1036. doi: 10.1016/j.concog.2012.02.014

Koffka, K. (1935). Principles of Gestalt Psychology

Kanizsa, G. (1955). “Margini quasi-percettivi in campi con stimolazione omogenea.” Rivista di Psicologia 49(1)7-30

Guilford, J. P. (1966). Intelligence: 1965 model. American Psychologist, 21(1), 20-26.

Brandsma, R. (2012). Mindfulness basisboek. Lanoo Campus

We leven in het tijdperk van mindfulness. Toen ik 16 jaar geleden op mijn kamertje begon met oefenen (en het niemand durfde ter vertellen omdat ik bang was dat mensen dachten dat ik gek was) had ik nooit durven denken dat mindfulness mainstream zou gaan. Toen op latere leeftijd het kwartje écht viel (mindfulness draait niet om ontspannen en je lekker voelen maar om op een milde manier te leren zijn met wat er is: prettig of onprettig) en de wetenschap steeds meer positieve resultaten vond besloot ik er mijn werk van te maken en bij te dragen aan het mainstream maken van deze 2000-jaar oude beoefening. Een blend tussen millenia-oude wijsheid uit het oosten en moderne wetenschappelijke inzichten uit het westen: mooier kon het niet worden voor mij. Inmiddels word je doodgegooid met trainingen en apps maar de burn-outs en depressies lijken toe te nemen. Helpt mindfulness nu wel of niet?

McMindfulness

Met groeiende populariteit en vraag komen groeiende commerciële kansen. Dat is in de mindfulnessindustrie niet anders. En zo zagen we de afgelopen jaren een explosieve groei in mindfulnessapps en aanbieders van mindfulnessworkshops en -trainingen. Je zou denken dat dit een positieve ontwikkeling is gezien het groeiende aantal mensen met mentale klachten. Daar ben ik het deels mee eens. Ja, het is mooi dat er steeds meer aandacht komt voor één van de grootste problemen van deze tijd en het is ook een goede ontwikkeling dat hier steeds meer aanbod voor komt. De vraag is echter of we bezig zijn met de juiste dingen en of we mindfulness inzetten op de juiste manier. Ik vind dit uitdagende vragen. Ik ben daarom als trainer constant bezig met óók mezelf kritisch onder de loep te nemen: pak ik met datgene wat ik doe de kern van het probleem aan of niet? Voegt het werk dat ik doe werkelijk waarde toe of draai ik mee in een systeem dat niet écht helpend is of zelfs averechts werkt? Vooral in de psychologie is het enorm lastig om causale verbanden te leggen.

Inmiddels heb ik, na lang denk- en leeswerk en het geven van veel trainingen, steeds meer helder welke gevaren er schuilen aan het mainstream worden van mindfulness, ook wel McMindfulness genoemd.

Mindfulness als een op jezelf gerichte quick fix

Mindfulness wordt door veel mensen ingezet als een op jezelf gerichte quick fix. Je ervaart wat onrust of stress, opent de app, doet even snel een oefening en weer door. Daarmee gaat het op 3 fronten mis:

1. Mindfulness is een doorlopende beoefening waarmee je steeds meer opmerkzaamheid ontwikkelt over je eigen patronen en een milde houding ontwikkelt richting je ervaringen. Zijn met wat er is en dus niet een oefening doen om gevoelens weg te krijgen. Op de lange termijn leidt de oefening tot meer interne harmonie maar hier streven we niet naar.

2. Mindfulness draait om vertragen en zo uit de automatische piloot stappen. Hierdoor maken we contact met de zijn-modus en kunnen we steeds verfijnder voelen wat we nodig hebben. Dit staat haaks op de snelle samenleving waarin we nu leven. Op een hele subtiele manier, zonder dat we het vaak doorhebben, kan mindfulness hier een verlengstuk van worden. Het paradoxale is dat het juist werkt omdat het indruist tegen de waarden van de huidige samenleving die gericht zijn op: efficiëntie, snelheid, prestatie, resultaatgerichtheid, oppervlakte (voor diepgang), kwantiteit boven kwaliteit, snel schakelen etc. Het interessante is dat juist wanneer je veel onrust of afkeer ervaart bij lang stilzitten en zalvende woorden je de automatische piloot aan het uitschakelen bent.

3. Door mindfulness als een op het individu gerichte oefening te zien vergeten we het grotere systeem, met de zojuist benoemde waarden, dat tegenwoordig zoveel stress veroorzaakt. Inmiddels is wel duidelijk dat stress geen individueel maar een collectief probleem is. We leven allemaal in meer of mindere mate in deze snelle, resultaatgerichte en oppervlakkige cultuur. Mindfulness kan helpen om bewustzijn te creëren over hoe het huidige systeem en onze (sociale en digitale) omgeving op ons inwerkt en daardoor zullen we beter in staat zijn om gerichte actie te ondernemen. Wees er scherp op dat mindfulness niet een constant vernieuwde pleister op een wond wordt die eigenlijk een externe oorzaak heeft. Die actie is dus belangrijk.

Waar is de actie eigenlijk?

Mindfulness kan dus, als je niet oplet, enkel een oefening worden die je inzet om je beter te doen voelen. Om te ontspannen en je lekkerder te voelen. Je eigen batterij weer op te laden. Afstand te nemen van de drukte. En misschien voel je je daarna ook wel lekkerder. En zo wordt het langzaam jouw fix. Jouw kalmeringstablet. Jouw manier om stress te verzachten. Zo sukkel je langzaam weer in slaap en heb je nog altijd niet duidelijk wát het is dat de stress in eerste instantie veroorzaakt. En zo weerhoudt het je van actie. Weerhoudt het je van het leren jezelf stevig te begrenzen in een samenleving die constant je aandacht kaapt. Weerhoudt het je van het leren assertiever te worden en de (soms harde) waarheid uit te spreken naar je collega’s of partner.

Kortom: het grootste gevaar van mainstream mindfulness is in mijn ogen dat het mensen verzwakt in hun vermogens om gerichte actie te ondernemen om zichzelf zo werkelijk krachtiger te maken.

Ook in professionele mindfulnesskringen wordt naar mijn mening te weinig aandacht geschonken aan de ‘harde kanten van mindfulness’. We verdrinken in woorden als compassie, mildheid, begrip en empathie en zonder de juiste contextuele uitleg ontbinden we hiermee langzaam de stevigheid van onze ruggengraat. Je groeit niet wanneer je je spanning telkens probeert weg te krijgen met oefeningen terwijl je eigenlijk iets anders te doen hebt. Punt.

Dus wil je mindfulness enkel en alleen inzetten om je beter te voelen en een lekker momentje voor jezelf te hebben dan kun je volgens mij beter een dagje naar de sauna gaan. Wil je werken aan meer bewustzijn over de wijze waarop je met jezelf, je ervaringen en je omgeving omgaat, welke niet-helpende overtuigingen je in de weg staan en hoe de keuzes die je maakt en het gedrag dat je vertoont ervoor zorgen dat je je eigen potentieel belemmert dan kan mindfulness iets voor je zijn. Maar het is een lange-termijn practice, een cultivatie van kwaliteiten. Als het onderhouden van een moestuin. Dagelijks water geven. Niet om er diezelfde dag nog een tomaat uit te trekken. Maar om geduldig te wachten tot de vruchten zich vanzelf aandienen terwijl je in de tussentijd de juiste acties uitzet.